Rieur 16 – Mejuffrouw Azélie Greluchet

hist

Mejuffrouw Azélie Greluchet is begiftigd met zoveel charmes dat haar aanblik voldoende is om de harten van de meest verstokte vrijgezellen in vlam te zetten.
– Zo is ook majoor Van Meloon, een intimus van vader Greluchet, zo gegrepen door Azelie, dat hij haar – tussen twee glazen door – ten huwelijk vraagt.
– Op het zelfde uur wordt identiek verzoek gericht aan  moeder Greluchet door Meneer de kruidenier Melasse, tussen twee koppen koffie door.
– Nog steeds op hetzelfde uur opent de kunstschilder Curbeton zijn hart aan Azelie, die zijn  aanzoek met graagte aanneemt.
– Vrouw, zo zegt Meneer Greluchet tot zijn ega, ik moet serieus met je praten…Hij heeft me daarstraks de hand van onze dochter gevraagd..
…..Kijk, kijk! hij heeft mij hetzelfde verzoek gedaan.
– En wij zijn het eens, niet? Wat denk je! Wel, laten we blij zijn, hij zal haar gelukkig maken!
–  Azelie, we hebben je hand toegestaan…
….Ah, wat komt dat goed uit, dierbare ouders!….ik heb mijn hand reeds aan hem beloofd.
– En alle drie, gek van vreugde , beginnen een rondedans . Waarna iedere candidaat-echtgenoot wordt uitgenodigd een officieel bezoek te brengen.
–  Ziedaar majoor Van Meloon zich presenteren. Meneer Greluchet straalt. Moeder en dochter begrijpen er niets van. Onze oorlogsheld gaat spreken…
–  Plotseling treedt Meneer Melasse binnen en Mama Greluchet straalt op haar beurt. Vader en dochter vragen zich af wat hij komt doen, juist als hij buigt en op het punt staat..
…..Dan eindelijk verschijnt de schilder Curbeton…… De emotie van Azelie bereikt een hoogtepunt. Haar ouders  raden alles. Een verschrikkelijke scene volgt tussen de drie rivalen , die  beginnen te vechten tot er nog maar een overeind staat.  

hist2

Helaas, helaas, driemaal helaas !  het resultaat van dit zonderling gevecht is dat ze allen ten onder gaan.
– Hij zal dus niet mijn schoonzoon zijn! zucht Meneer Greluchet  voor de grafsteen van de majoor.
– Oh, Melasse, Melasse, mijn jeugdvriend , je zult dus niet tot de familie gaan behoren, murmelt de arme moeder voor de tombe van de kruidenier.
– Hij is dus daar!… voorgoed ingeslapen! roept de ongelukkige dochter uit; hij was mijn eerste en zal mijn laatste geliefde blijven!